Q.Festival 2018 / 21 en 22 juni – Gezamenlijk Recital

Klik op de afbeelding voor de originele poster

Genre: Klassieke Muziek

Datum & locatie

  • Donderdag 21 juni 2018 | 20.15 uur (deuren open vanaf 19.45 uur)
    Engelse Kerk | Amsterdam

Tickets

Voorverkoop (via Stager – linkje volgt later – incl. € 1 servicekosten):

  • € 17
  • € 15 (voor stadspashouders)
  • € 10 (voor studenten)

Aan de deur:

  • € 18

Muzikanten

  • Natasa Sibalic / soprano
  • Anne Kaasa / piano
  • Alejandro Erlich Oliva / contrabas en compositie

NL

GEZAMENLIJK RECITAL

  • Natasa Sibalic / soprano
  • Anne Kaasa / piano
  • Alejandro Erlich Oliva / contrabas en compositie

PROGRAMMA

ARMANDO JOSÉ FERNANDES (Lisboa, 1906 – Lisboa, 1983)
Vijf Preludes
Moderato con sentimento
Presto giocoso
Allegro non troppo
Andante con moto
Allegretto

LUÍS DE FREITAS BRANCO (Lissabon, 1890 – Lissabon, 1955)
Drie sonnetten van Antero de Quental
Sulamita
Idylle
Oriëntaalse Droom

FERNANDO LOPES-GRAÇA (Tomar, 1906 – Parede, 1994)
Variaties op een Portugees volkswijsje (piano solo)

Twee romances van Armando Rodrigues
Romance van de twee meisjes in een sinaasappelboomgaard
Romance van de zeven ridders

ALEJANDRO ERLICH OLIVA
Liedje en Dans (piano e contrabas)
(in memoriam Ángel Lasala)

CONSTANÇA CAPDEVILLE (Barcelona, Spanje, 1937 – Lissabon, 1992)
Amen voor een afwezige
Versie voor contrabas solo opgedragen aan Alejandro Erlich Oliva

AMÍLCAR VASQUES DIAS (Badim-Monção, 1945)
Zonder iets in de gaten te hebben (José Afonso)
Zuster Mariana – Beja (Sophia de Mello Breyner Andresen)
Hier valt de steen (José Saramago)

ALEJANDRO ERLICH OLIVA (Buenos Aires, Argentinië, 1948, woont sinds 1976 in Portugal)
Drie liederen voor sopraan, contrabas en piano Werk opgedragen aan Natasa Sibalic
Eerste uitvoering ter wereld
Hel leven en de dood (Florbela Espanca (1894–1930)
Alleen in het bos (Markiezin van Alorna (1750–1839)
Over de plicht te verblinden (Natália Correia, 1923-1993)

Noot van de componist

Deze liederen zijn mijn – nederige en oprechte – eerbetoon aan drie grote namen van de Portugese dichtkunst van de 18e, 19e en 20e eeuw.
Ik ben het met Natália Correia eens als ze stelt dat de dichtkunst geslachtloos is. Daarom wilde ze niet dat men haar ‘dichteres’ noemde; voor haar moest de definitie van iemand die zich door die kunstvorm uitdrukt dichter zijn, los van het geslacht.

Mijn keuze voor deze drie grote dichters in de Portugese taal is geheel bewust. Het is een boodschap die deel uitmaakt van de boodschapper.
Elk gebaar dat de strijd voor de bevestiging en de verdediging van vrouwenrechten steunt is terecht in een Europa waar, bijvoorbeeld in Zwitserland, het vrouwenkiesrecht pas halverwege de 20e eeuw werd ingesteld (!!!) en in een Portugal waar nu pas, in het tweede decennium van de 21e eeuw, het principe van “gelijk loon voor gelijk werk” daadwerkelijk op vrouwen wordt toegepast.

“Leven en dood” is het eerste gedicht van Florbela Espanca, geschreven toen ze acht jaar was. “Alleen in het bos” van de markiezin van Alorna is een prachtig voorbeeld van modernistische poëzie avant la lettre.
“De plicht om te verblinden” is een van de meer filosofische gedichten van de grote schrijfster en gevreesde parlementair spreekster Natália Correia. De korte, maar intense tekst vindt zijn hoogtepunt in de ontroerende stellingname voor het existentiële belang van de poëzie.

Voor zover ik weet is tot nu toe geen van deze drie gedichten in de vorm van liederen op muziek gezet.
Deze vocale instrumentele trilogie draag ik met mijn volledige artistieke bewondering op aan de sopraan Natasa Sibalic.

IDENTITEIT EN UNIVERSALISME IN HET CULTURELE PORTUGAL VAN VANDAAG

Geen van de drie vertolkers van dit concert van Portugese muziek is in Portugal geboren, maar elk van hen heeft in Portugal een vruchtbare bodem gevonden voor zijn of haar artistieke groei.

Natasa Sibalic is van oorsprong Servische, maar heeft nu de Portugese nationaliteit. Zij is een vocale vertolkster die veel aanzien geniet in de Portugese muziekscene. Van haar hoogwaardige muzikale carrière noemen we haar optredens in het Nationaal Theater São Carlos, het Nationaal Theater Dona Maria II, het Gemeentelijk Theater São Luiz, het Theater Trindade en het Cultureel Centrum van Belém. Eveneens is ze in Frankrijk en Nederland opgetreden. Voorts werkt ze regelmatig als docente.

De Noorse pianiste Anne Kaasa is heel bekend bij het Portugese publiek. Ze is opgetreden met enkele van de meest bekende Portugese musici, zoals onder andere, de violisten Aníbal Lima en Luís Pacheco Cunha, de celliste Maria José Falcão, de klarinettist en orkestleider António Saiote en de fluitist Antóno Carrilho. Enkele van de grootste Portugese componisten hebben de wereldpremières van hun werken aan haar te danken, zoals António Victorino d’Almeida, António Pinho Vargas, Amílcar Vasques-Dias, Clotilde Rosa, Sérgio Azevedo en Pedro Faria Gomes. Zij is in Portugal ook als docente werkzaam.

De Argentijnse contrabassist en componist Alejandro Erlich Oliva was Eerste Solist Contrabas van het Gulbenkian Orkest (1976/2010), oprichter van de Groep ColecViva, de kamermuziekgroep van het Festival van Estoril, het Opus Ensemble en het Orkest Musicamera. Hij heeft deel uitgemaakt van de leiding van de vakbond van Portugese musici en was vicevoorzitter van de algemene vergadering van de Portugese Muziekraad bij de UNESCO. Hij heeft werken van João Rodrigues Cordeiro, Jorge Peixinho, J. Lopes e Silva en Constança Capdeville bekendheid bezorgd.
Portugal, een grote natie in een klein land, is de gemeenschappelijke factor in het leven van deze artiesten die in dat land stabiliteit, genegenheid en empathie hebben ondervonden waardoor ze gebleven zijn en ervoor gekozen hebben om zich er definitief te vestigen.

Het aloude universalisme van het Portugese wereldbeeld stelde hen in staat hun technische en expressieve tools te perfectioneren, een artistieke rijpheid te bereiken en deze waardevolle bagage te delen in een allesomvattende interactie met een gemeenschap waarin ze zich voor altijd opgenomen voelen.


PT

JUNTOS EM RECITAL

  • Natasa Sibalic / soprano
  • Anne Kaasa / piano
  • Alejandro Erlich Oliva / contrabaixo

PROGRAMA

ARMANDO JOSÉ FERNANDES (Lisboa,1906 – Lisboa,1983)
Cinco Prelúdios
Moderato con sentimento
Presto giocoso
Allegro non troppo
Andante con moto
Allegretto

LUÍS DE FREITAS BRANCO (Lisboa, 1890 – Lisboa, 1955)
Três Sonetos de Antero de Quental
A Sulamita
Idílio
Sonho Oriental

FERNANDO LOPES-GRAÇA (Tomar, 1906 – Parede, 1994)
Variações sobre um tema popular português (piano solo)

Dois romances de Armando Rodrigues
Romance das três meninas num laranjal
Romance dos sete cavaleiros

ALEJANDRO ERLICH OLIVA
Pequena Canção e Dança (piano e contrabaixo)
(in memoriam Ángel Lasala)

CONSTANÇA CAPDEVILLE (Barcelona, Espanha, 1937 – Lisboa, 1992)
Amén para uma ausência
Versão para contrabaixo solo dedicada a Alejandro Erlich Oliva

AMÍLCAR VASQUES DIAS (Badim-Monção, 1945)
Sem dar por nada (José Afonso)
Soror Mariana-Beja (Sophia Mello Brayner) Aqui a pedra cai (José Saramago)

ALEJANDRO ERLICH OLIVA (Buenos Aires, Argentina, 1948)
Três canções para soprano, contrabaixo e piano
A Vida e a Morte (Florbela Espanca- 1894 – 1930)
Sozinha no Bosque (Marquesa de Alorna- 1750 -1839)
Do Dever de Deslumbrar (Natália Correia- 1923 – 1993 )

Obra dedicada a Natasa Sibalic
Primeira audição mundial

Nota do compositor

Estas canções constituem a minha homenagem – humilde e sincera – a três grandes nomes referenciais da poesía portuguesa dos Séculos XVIII, XIX e XX.
Concordo com a opinião de Natália Correia quando afirmava que a poesía não tem género. Por esse motivo não gostava que se lhe aplicasse o termo “poetisa”; para ela, a definição de quem se expressa através daquela arte devia ser poeta, independentemente do género.
A minha escolha destas três enormes criadoras do universo poético lusófono é totalmente intencional. É uma mensagem que faz parte do mensageiro.

Numa Europa onde, por exemplo na Suíça, o voto feminino na totalidade do território só foi autorizado… já bem ultrapassada a metade do Século XX(!!!) e num Portugal onde só agora, na segunda década do Século XXI está a ser implementada a lei que se digna incluir as mulheres no nobre princípio “Trabalho igual, salário igual”, não está a mais qualquer gesto coadjuvante da luta pela afirmação e defesa da condição feminina.

“A vida e a morte” é o primeiro poema de Florbela Espanca, escrito aos oito anos de idade. Em “Sózinha no bosque”, a Marquesa de Alorna exibe um magnífico exemplo de poesia premonitoriamente modernista.
“Do dever de deslumbrar” é um dos poemas mais filosóficos da grande escritora e temível oradora parlamentar. O breve mas intenso texto culmina com a comovente afirmação da importância existencial da poesía.

Tanto quanto sei, nenhum destes três poemas foi até agora utilizado musicalmente para a elaboração de canções.
Esta trilogia vocal instrumental está dedicada – com toda a minha admiração artística – à soprano Natasa Sibalic.

IDENTIDADE E UNIVERSALISMO NO PORTUGAL CULTURAL DE HOJE

Nenhum dos três intérpretes deste concerto de Música Portuguesa nasceu em Portugal mas cada um deles encontrou em Portugal terreno fértil para o seu crescimento artístico.
Natasa Sibalic, de origem sérvia, é uma intérprete vocal prestigiada no âmbito da cena musical portuguesa. Numa carreira de alta qualidade, cabe destacar as suas actuações no Teatro Nacional de São Carlos, Teatro Nacional Dona Maria ll, Teatro Municipal São Luíz, Teatro da Trindade e Centro Cultural de Belém. Apresentou-se também em França e Holanda. Regularmente exerce actividade docente.

A pianista norueguesa Anne Kaasa é sobejamente conhecida pelo público português, na especialidade da Música de Câmara. Tem actuado com alguns dos mais destacados músicos portugueses, tais como os violinistas Aníbal Lima e Luís Pacheco Cunha, a violoncelista Maria José Falcão, o clarinetista e chefe de orquesta António Saiote e o flautista António Carrilho, entre outros. Devem-se-lhe estreias mundiais de obras dos maiores compositores portugueses, tais como António Victorino d’Almeida, António Pinho Vargas, Amílcar Vasques Dias, Clotilde Rosa, Sérgio Azevedo e Pedro Faria Gomes. Também exerce actividade docente em Portugal.

O contrabaixista e compositor argentino Alejandro Erlich Oliva foi Primeiro Contrabaixo Solista da Orquestra Gulbenkian (1976/2010), membro fundador do Grupo ColecViva, do Grupo de Câmara do Festival de Estoril, do Opus Ensemble e da Orquestra Musicamera. Fez parte dos Corpos Gerentes do Sindicato dos Músicos Portugueses e foi Vice Presidente da Mesa da Assembleia Geral do Conselho Português da Música da UNESCO. Deu a conhecer obras de João Rodrigues Cordeiro, Jorge Peixinho, J. Lopes e Silva e Constança Capdeville.
Portugal, grande Nação num pequeno país, é o factor comum e partilhado na vida destes artistas que – provenientes de diversas latitudes – encontraram no país de adopção uma estabilidade, uma afectividade e uma empatia que os fez permanecer e optar por uma radicação definitiva.

Foi o ancestral universalismo da cosmovisão portuguesa que lhes permitiu aperfeiçoarem as suas ferramentas técnicas e expressivas, atingirem maturidade artística e partilharem essa valiosa bagagem em abrangente interacção com uma comunidade na qual se sentem integrados para sempre.


Porto Caúnho, Tuttigusti & Casa Bocage

In Utrecht dineren de muzikanten in de Fundatie van Renswoude, zoals het gebruikelijk is geworden, en het eten komt van de échte Italiaanse cateraar en partner: Tuttigusti! In Amsterdam wordt een indoor picnic bezorgd door onze partner: Casa Bocage.

Ook zullen de muzikanten de Portugese bloemen in ontvangst nemen, oftewel de Porto Caúnho, van onze partners van Quinta do Caúnho!

Na afloop kan het publiek ook kennismaken met deze overheerlijk port!

You may also like...

Geef een reactie