Ser português

Met het Q.Festival -Tour 2018 voor de deur, en nog veel werk te verzetten (mijn dagelijkse ‘to do list’ herhaalt zich voor onbepaalde tijd, hetzij omdat de dag nooit zo lang is als de lijst zelf, hetzij omdat ik soms spijbel;), besloot ik vandaag een start te maken met wat Q.Magazine zal gaan worden. Een verlenging van de QUO Magazine, wat de teksten betreft: een aantal ‘oude’ columnisten blijven er teksten voor schrijven en een aantal nieuwe zullen aanschuiven. Binnenkort zal ik de namen van de literaire kring bekend maken. Voor nu, het Q.Festival!

Het is met grote vreugde en veel bewondering en dankbaarheid dat ik musici van dit kaliber hun namen voor de agenda van Q.Art zie opgeven.

Het is een gezamenlijke inspanning geweest om onze wil en onze hoop een plek te geven; de ‘culturele jungle’ die deze stad is geworden, verzekert geen publiek meer alleen omdat er kwaliteit aanwezig is. Zo is dit Portugese Festival van klassieke en hedendaagse muziek ontstaan, in samenwerking met het Portugese Concertgebouw (Casa da Música), dat beoogt de diversiteit van de Portugese muzikale genres in kaart te brengen in Nederland. En de genres zijn zo verschillend als de leeftijden van de muzikanten, die variëren tussen de 18 en de 70 jaar.
Het Festival begint met de jongere muzikanten, wordt daarna doorspekt met uiteenlopende leeftijden en eindigt met de oudere muzikant. Misschien lijkt het zo gepland te zijn, maar in feite is het puur toeval. Of is het het lot/de Fado? Omdat de Fado over het lot gaat.

En aan de Fado wordt een goede draai gegeven door de stem van Andrea Verdugo, hier in Nederland begeleid door Flipe Neves Curral op de gitaar en Francisca Portugal en Carlo Allegri Rodriguez op de viool.

Andrea Verdugo is een jonge vrouw vol energie en talent. Ze is bereid alle barrières te doorbreken die maar in haar weg dreigen te staan, haar enige achillespees is haar lieve oma, voor wie ze zoveel liefde en tederheid voelt.
In Portugal treedt ze op met haar band: Grifo. Haar stem heeft ze ook al aan de Voice Portugal geleend. Momenteel woonachtig in Nederland, heeft Andrea op het podium van de jazz club Café Alto (waar grote namen als Chet Baker, Rosa King, Hans Dulfer,… hebben gespeeld) al gestaan, met een reeks jam sessies met wie dan ook op dat moment op het podium stond. Het publiek juichte en de eigenaars van de club drongen aan op meer!
Mijn dank aan Tozé Maia die ons aan elkaar heeft voorgesteld!

Francisca Portugal is een talent! Ik heb voor haar al meerdere concerten georganiseerd, in duo en trio. Wanneer ik een muzikant nodig heb om een stem of een groep te begeleiden, is het Francisca met wie ik contact opneem. Haar elegante aanwezigheid, haar elegantie op de viool… voeg daar aan toe haar bijna bovenmenselijke capaciteit (voor zo’n jong leeftijd) om een muziek te absorberen en gelijk te vertalen naar haar instrument, daar, ter plekke, moeiteloos… het is een puur genot!
Toen Terra Batida hier is geweest, vorig jaar, voor twee concerten (ze staan ook dit jaar op de agenda) heeft Francisca met hen slechts een paar uur hier bij mij gerepeteerd. Later op het podium leek of ze al deel van de groep uitmaakte, sinds die opgericht werd.
De andere pilaar waar ik op steun, is haar waardevolle netwerk. Francisca heeft mij geïntroduceerd bij jonge, ook zeer getalenteerde muzikanten, die de omgeving van Q.Art zijn gaan vergroten.

Dat is hoe ik Carlo Allegri Rodriguez heb ontmoet, die een sterke en mooie indruk heeft achter gelaten tijdens de repetities. Een jonge violist, net als Francisca met een CV dat zich niet laat raden als je zijn leeftijd kent.
Een zelfverzekerde jongeman die zijn talent (er)kent zonder dat van de daken te schreeuwen, snel ook in het opnemen van nieuwe dingen die hem gepresenteerd worden.
Ik ben benieuwd naar hem en verheug me erop om meer van hem te horen.

Filipe Neves Curral, ook uit Francisca’s netwerk, is een jonge gitarist die de master gitaar doet aan het Conservatorium van Maastricht. Filipe heeft in Portugal zijn klassieke gitaar-examens, met de hoogste cijfers, op de Universiteit van Évora gehaald.
Andrea begeleiden ging niet van een leien dakje, het was even omschakelen. Maar hij geniet er steeds meer van en van wat ik hoor in de repetities… hij zal zijn talent laten gelden!
Naast een uitstekende muzikant, schrijft Filipe ook heel goed.
Ser português, de titel die ik aan dit concert heb gegeven, kwam in me op toen ik zijn prachtige tekst las welke ik hieronder zal plaatsen.

Veel leesplezier en van harte welkom op het concert!
Teresa Pinto

Tien voor acht. Na meerdere malen wakker te zijn geworden met de gedachte dat ik al moest opstaan, en als gevolg van de verantwoordelijkheid die vliegen, voor míj, met zich meebrengt, besluit ik toe te geven aan de onrust en die niet te bestrijden met slapen maar door dingen op mijn telefoon te gaan lezen: bij het scrollen door Facebook kom ik een artikel tegen over met uitsterven bedreigde talen.

Een daarvan is een Portugese taal die ik tot dan toe niet kende: het Minderisch. Uit Minde. Ze hebben het ook over het Barranquenho, de taal van Barrancos. Ik zoek beide op en kom terecht bij de stad Olivença: nu Spaans, maar vroeger Portugees. Volgens een artikel in Sol bestaat daar blijkbaar een steeds sterker verlangen bij de inwoners om hun Portugese identiteit te bewaren, bijvoorbeeld door het Portugees op te halen (het zogenaamde Oliventijnse Portugees). Wat mijn aandacht trok, was dat het niet nationalistisch was. De mensen daar voelden zich Spaans… maar ook Portugees.

En die unieke biculturele identiteit willen ze bewaren. Ik lees dat er streekgerechten zijn die ook in de Alentejo voorkomen – het is tenslotte een grensplaatsje bij de Alentejo – zoals posteleinsoep. Postelein. Ik haal het gevoel in mijn herinnering naar boven van toen ik van dat woord voor de eerste keer hoorde, maar niet van degene die het zei (behalve dat het iemand uit de Alentejo was). Het is een van die woorden die me de Alentejo en mijn liefde voor die streek weer levendig voor de geest brengen. Voor mijn ogen zie ik meteen de vlaktes, de kurkeiken, het accent, de overheerlijke Alentejaanse keuken die mijn smaakbeleving zo heeft veranderd, het meer mediterrane karakter van de mensen, de grote hitte in de zomer en vooral de Rua do Raimundo in Évora, de Rua Ary dos Santos in Castro Verde en de Rua do Conservatório – de vroegere basisschool – in Reguengos de Monsaraz.

Ik krijg een brok in mijn keel, mijn ogen worden vochtig en mijn lippen vertrekken in een grimas. Ik herken dat bijzondere gevoel waar ze me over de grens zo vaak over hebben gesproken als een legende. En zo dacht ik er tot dan toe ook over: Saudade.

Omdat ik in het buitenland zit, verandert de Portugeesheid die ik met me meedraag, en dat dwingt me erover na te denken wat het precies inhoudt. Omdat ik zo druk bezig ben om mensen uit andere landen en culturen te begrijpen en met hen om te gaan, vergeet ik soms hoe het is om Portugees te zijn. Op hetzelfde moment dat ik dit alles constateer en opschrijf, rusten twee goede vrienden uit Portugal in dezelfde kamer uit, na een dag sjouwen met meubels, matrassen, stoelen, computerstoelen, zakken en koffers vol met kleren.

Omdat we met Portugezen bij elkaar zijn moet er daarna natuurlijk lekker gegeten worden: geen Portugees eten maar Turks – na zoveel inspanning hebben we geen zin meer om te koken – aan de andere kant, qua hoeveelheden was het wel Portugees (Kapsalon, baklava en nog een toetje met een moeilijke naam, en al even lekker, gevolgd door koffie) en ongebruikelijk als je in het dagelijks leven in Nederland uit eten gaat, en ook door de hartelijkheid van de eigenaar van de zaak die ons wat fruit aanbood (zoals altijd) en de groeten deed aan onze familie en een fijne vakantie wenste. Aantekening: Portugees zijn (Ser português) betekent saudade hebben, behulpzaam zijn en lekker eten. En veel. Onder andere. Maar dat is wat echt belangrijk is…:). Aangekomen op het vliegveld: tijd voor vertrek! (We horen al roepen: “hé, heb je een lift nodig?”;))

[vertaling van Filipe zijn tekst: Hennie Bos]


PT

Com o Q.Festival – Tour 2018 à porta e uma série de coisas por fazer (a minha ‘to do list’ diária repete-se indefinidamente, seja porque o dia nunca é tão longo como a lista, seja porque eu às vezes tiro folga;), decidi hoje dar início ao que se irá tornar a Q.Magazine. Um prolongamento da QUO Magazine, no que diz respeito a textos: alguns dos ‘antigos’ colunistas continuarão a escrever textos para ela e outros a ela se irão juntar. Em breve darei os nomes das hostes literárias. Por ora, o Q.Festival!

É com muita alegria e uma grande dose de admiração e gratidão que vejo músicos deste calibre darem os seus nomes à agenda da Q.Art.

Num verdadeiro esforço colectivo -a ‘selva cultural’ em que esta cidade se tornou não assegura público só porque há qualidade-, unimos as nossas vontades e as nossas esperanças num espaço comum. Assim foi criado este Festival de música portuguesa clássica e contemporânia, numa parceria com a Casa da Música, que pretende mostrar um pouco a diversidade musical que existe em Portugal hoje em dia. E, tão distintos são os géneros quanto a idade dos músicos, que varia entre os 18 e os 70 anos.
O Festival começa com os artistas mais jovens, permeia-se com idades variadas e termina com o mais idoso. Talvez pareça ter sido planeado mas na verdade trata-se dum mero acaso. Ou será o destino? Porque do destino fala o Fado.

E ao Fado é dado um bom twist na voz da Andrea Verdugo, aqui na Holanda acompanhada por Filipe Neves Curral à guitarra e Francisca Portugal e Carlo Allegri Rodriguez ao violino.

A Andrea Verdugo é uma jovem cheia de força e de talento. Disposta a romper as barreiras de qualquer infortúnio que ouse travar-lhe o passo, o seu único calcanhar de Aquiles é a sua querida avó, por quem tem um enorme amor e carinho.
Em Portugal actua com a sua banda: Grifo. A sua voz também já fez eco no Voice Portugal.
De momento a viver em Amesterdão, a Andrea já subiu ao palco do velho clube de jazz Café Alto (por onde passaram grandes nomes como Chet Baker, Rosa King, Hans Dulfer…), para uma série de jam sessions com quem estava na hora a tocar. E o público do Alto vibrou e os donos do clube chamaram-na para mais!
Um bem haja ao Tozé Maia que ma apresentou!

A Francisca Portugal é um talento! Tenho vindo a organizar-lhe vários concertos, em duo e em trio, e quando preciso dum músico para acompanhar um grupo ou um cantor, a Francisca é a primeira pessoa que contacto. A elegância da sua presença, a elegância ao violino… a juntar à sua capacidade quase sobrehumana, para tão fresca idade, de absorver uma música e de a transportar de imediato para o seu instrumento, ali, na hora, sem grande esforço… é deleite puro!
Quando os Terra Batida vieram dar dois concertos o ano passado (também estão na agenda deste ano) a Francisca ensaiou umas escassas horas com eles, aqui em casa, e em palco parecia fazer parte do grupo desde a sua fundação.
O outro pilar a que me encosto, é a sua valiosa network. A Francisca tem-me vindo a apresentar jovens, também eles muito talentosos, que têm vindo a engrossar as fileiras da Q.Art.

Foi assim que conheci o Carlo Allegri Rodrigues que me deixou uma forte e bela impressão nos ensaios aqui em casa. Um jovem violinista, tal como a Francisca já com um currículo que não se adivinha ao ler a sua idade. Um rapaz seguro da sua capacidade sem no entanto dela se vangloriar e rápido também na absorção da novidade que lhe é apresentada.
Fico muito curiosa por ouvir mais do seu repertório.

Flipe Neves Curral, também ele saído da network da Francisca, é um jovem guitarrista, a fazer mestrado no conservatório de Maastricht. O Filipe fez os seus exames de guitarra clássica na Universidade de Évora onde recebeu as notas mais altas.
Acompanhar a Andrea foi um verdadeiro twist na aprendizagem que fez de guitarra, mas o Filipe está a gostar muito da aventura e pelo que tenho ouvido nos ensaios… sim, promete!
Para além de excelente músico, Filipe escreve muito bem.
Ser português foi o título que me surgiu para este concerto, ao ler este seu maravilhoso texto que passo a transcrever aqui.

Desejo-vos muito prazer na leitura e sejam bem vindos ao concerto!
Teresa Pinto

Dez minutos para as oito. Depois de acordar sucessivamente a pensar que era hora de levantar, fruto do peso da responsabilidade que é, para mim, viajar de avião, decido ceder à ansiedade e combatê-la não com o sono, mas com leituras no telemóvel: ao scrollar no Facebook, deparo-me com um artigo sobre línguas em extinção no mundo.

Uma delas é Portuguesa e desconhecia-a até então: o Minderico. De Minde. Fala-se também no Barranquenho. Pesquiso sobre ambas e vou parar à cidade de Olivença: agora Espanhola mas anteriormente Portuguesa, na qual, aparentemente, – segundo um artigo no Sol – existe cada vez mais um sentido de preservar a Portugalidade daquelas gentes, através, por exemplo, da revitalização do Português (chamado o Português Oliventino). O que me despertou a atenção foi o facto de não haver nacionalismos envolvidos. As pessoas de lá sentiam-se Espanholas… mas também Portuguesas, simplesmente.

E era esta biculturalidade única que gostariam de preservar. Leio que existem pratos típicos de aí que são comuns ao Alentejo – afinal de contas é uma cidade fronteiriça com o Alentejo – como sopa de… beldroegas. Beldroegas. Consigo recordar-me da sensação de ter ouvido e estranhado a palavra pela primeira vez, mas não de quem a disse (excepto que era alguém do Alentejo). É uma daquelas palavras que me remete vivamente ao Alentejo e ao meu amor por essa região. O meu imaginário é imediatamente invadido pelas planícies, pelos “sobrêros”, o sotaque, a perdição que é a cozinha alentejana que tanto mudou o meu paladar, o carácter mais mediterrâneo das pessoas, o calor extremo do Verão e, mais especificamente, a rua do Raimundo em Évora, a rua Ary dos Santos em Castro Verde e a rua do Conservatório -antiga escola primária -de Reguengos de Monsaraz.

O meu coração comanda de imediato um nó na garganta, o humedecer dos olhos e uma contracção dos lábios. Reconheço este sentimento tão particular de tanto me falarem dele além fronteiras como uma lenda. E assim o encarava assim até este momento: Saudade.

Estar “lá fora” torce, contorce e distorce a Portugalidade que há em mim, obrigando-me a reinventá-la. Por estar tão embrenhado em entender e em dar-me com pessoas de outros países e culturas, às vezes esqueço-me do que é ser Português, aliás, de como é ser-se Português. Ao mesmo tempo que constato tudo isto e o escrevo, dois bons amigos de Portugal descansam no mesmo quarto, depois de um dia de carregar proporções épicas (a pé) de móveis, colchões, cadeiras, cadeiras de computador, sacos e malas de roupa de tamanhos vários.

Claro que, estando entre Portugueses, depois de tudo isto teve também de haver uma boa refeição à altura: não sendo Portuguesa mas sim Turca – já que depois de tanto esforço a vontade de cozinhar era nula – foi, por outro lado, bastante Portuguesa pela sua dimensão (“kapsalon”, baklava e outra sobremesa com nome igualmente díficil e sabor igualmente fantástico seguidos de um cafézinho) não habitual de quando se vai comer fora no dia-a-dia Holandês e pela simpatia calorosa do dono, que nos ofereceu (e oferece sempre que lá se vai) fruta cortada e mandou cumprimentos às nossas famílias e votos de umas férias bem passadas. Memorando: ser Português é ter saudade, ter gosto em ajudar… e comer bem. E fartamente. Entre outras coisas. Mas isto é o que realmente interessa…:). Chegado ao aeroporto: hora de voar! (Já se ouve por aqui: “uólhá, já tens quem te lebe?”;))

Geef een reactie